De Zeeuwse Bolus, het recept

De Zeeuwse Bolus

En dan zitten we hier ons gammele strandhuis, wat je verteld houdt me nuchter en warm. Het liedje “Zoutelande” van Blof brengt me weer een beetje de geschiedenis in, waarin we met de hele familie naar Zeeland gingen, Krabben vangen en Kreukels rapen. En als ik aan Zeeland denk, denk ik ook aan Zeeuwse bolussen. Die plakkerige stroperige lekkernij waar ze mij vroeger mijn bedje voor uit konden halen.

De Zeeuwse bolus is van oorsprong een Joodse lekkernij die de Joden over de hele wereld hebben verspreid. Van Moskou tot New York. In het begin van de 17de eeuw hebben de Portugese Joden de bolus geïntroduceerd in Middelburg. Sindsdien hebben de Zeeuwse bakkers er hun specialiteit van gemaakt.
In de loop der jaren heeft de consument de bolus omarmd als Zeeuws lekkernij. En daarom is de bolus onlosmakelijk verbonden met Zeeland.

Nu heb ik iets alvast voor vaderdag, omdat we zo van dagjes weg houden. Een dagje aan het strand, een dagje krabben vangen of gewoon lekker mee op vakantie te nemen.
Als we op het strand liggen, een beetje rond aan het kijken zijn, of een boek aan het lezen, kunnen wij gewoon niet plat liggen. Op de een of andere manier missen we de steun in onze ruggen. Ik heb de “ïggi Chill out wedge van Datverzinjeniet.nl.

Een heel handig klein pakketje wat je zo meeneemt. Je blaast hem zo op, en daar is je rugleuning. Waait niet weg en je doet hem ook heel gemakkelijk af met een doekje. Wij hoeven dus niet meer op zoek naar ligbedjes op het strand.

Terug naar de bolussen 🙂

Een Zeeuwse bolus is niet moeilijk te maken. Een lekkernij wat ik het lekkerste vind met flink wat boter erop gesmeerd. En ook gemakkelijk mee te nemen, naar bijvoorbeeld dus het strand, een festival of natuurlijk gewoon een dagje uit. Geen broodjes met halfwarme kaas, of uitgedroogde pindakaas.



Trek er even wat voorbereiding voor uit, in principe zijn ze zo afgebakken.

Wat heb je nodig:
210 ml handwarme melk
35 gram ongezouten roomboter, op kamertemperatuur
1 ei op kamertemperatuur
350 gram Tarwebloem
1 zakje droge gist (7gram)
een snufje zout
500 gram bruine basterdsuiker
klein theelepeltje kaneel
Keukenmachine met deeghaken

Aan de slag:

Verwarm melk en evt. boter in de magnetron. Als je ei uit de koelkast komt, leg je deze even een minuutje in bakje met handwarm kraanwater.

Meng de bloem, zout en gist door elkaar in je mengkom. Maak daarin een juskuiltje waar je de melk en het ei in schenkt. De boter snij je in kleine stukjes en verdeel je over de bloemrand.

Mix op de zachtste stand tot de ingrediënten een beetje gemengd zijn en mix daarna op middelmatige stand ca. 8 minuten verder. Het deeg is goed als het plakt als een post-it en je er voorzichtig een dun vliesje van kunt trekken.

Zet een bakje heet kraanwater onderin je oven (die uit is) en zet je beslagkom daarboven op je ovenrek voor 15 minuten.

Meng ondertussen de bruine suiker met de kaneel op een grote plaat, of schaal van minimaal 35 cm breed.

Haal het deeg na de 15 minuten uit de oven en maak er 10 bolletjes van.

Rol de bolletjes 1 voor 1 door de suiker tot worstjes van 15 cm. Hoe meer suiker je eraan rolt hoe plakkeriger straks, dus doe je best. 

Zet de rolletjes weer terug in de oven met daar onderin een nieuw bakje warm water. 15 minuten laten staan.

Rol de nu wat dikkere, nattige rolletjes opnieuw door de suiker tot pillen van ca 35 cm. Draai ze daarna op tot een bolus, het begin draai je om je duim en het geheel draai je niet te strak op zodat de bolus nog ruimte heeft om te rijzen. Het uiteinde vouw je onder de bolus.

Leg de bolussen op een met bakpapier beklede bakplaat en dek af met een vochtige theedoek. Laat rusten voor 45 minuten op een andere warme, liefst iets vochtige plek.

Bak de bolussen 6 minuten met onderin je oven een bakje koud water! Dit zorgt voor stoom zodat je bolussen niet uitdrogen!

Kieper ze daarna gelijk om op een bord en laat afkoelen.

Eet smakelijk,

De eer komt deze ronde aan: Eenkleinstukjedan.nl